2 GOD


Nergens wordt god beschreven in de bijbel. God wordt geopenbaard door een zeer vage definitie YE-HO-VE-H (of Jehova) hetgeen het acroniem is van de zin “Yech Hou Veyihieh Hou” Hetgeen altijd is en altijd zal zijn, de Eeuwige.
Onze anthropomorphe tendens zal ons een soort “god de vader” opdringen die ons zijn wil opdringt zoals een mens, zoals een vader, zoals een koning, zoals een tyran. Het franse woord voor god, nml “Dieu” is de franse uitspraak van het woord Zeus, archetype van god de vader.
In het engels zoals in het nederlands trouwens is het woord god afgeleid van het indo-europese “gheu” hetgeen wil zeggen smeken en het woord “gheu-tu”, de aangesmekene. Dus in het frans en in het nederlands spreekt men niet van hetzelfde wanneer men god of dieu zegt.
God in het engels of het nederlands zou eerder “moeder” kunnen betekenen zoals de laatste smeekbede vaak op een slagveld naar moeder gaat of zoals in de vloek “god ver…” wanneer men zich bezeerd. Hiertegenover staat de mannelijke “dieu” de “vader” die heerst en gehoorzaamd dient te worden.
Maar “hetgeen altijd is en altijd zal zijn” zijn de biologie en physica wetten.

DE TWEEDE BOODSCHAP VAN DE BIJBEL

De tweede boodschap van de bijbel is dus dat het verkeerd is god te begrijpen in de anthropomorphe mannelijke of vrouwelijke zin van het woord. God is hetgeen altijd en voor altijd dingen regelt.
De essentie van de bijbelse erfenis is de unieke definitie van wat altijd is en altijd zal zijn, de eeuwige, geassocieerd aan verbod op het voorstellen van een anthropomorphe god. Dit vinden wij terug in de islam maar niet in het christendom.
En gezien god in het Christendom een zoon heeft, een moeder en een vader, is het geen god meer, maar het resultaat van een anthropomorphisme ingevoerd door het proselytisme van een veroverend christianisme om de aanbidding van heidense goden te kunnen recupereren. En als de vader, de moeder en de zoon niet volstaan worden alle heiligen van de christelijke mythologie toegevoegd om de heidense goden te kunnen recupereren zoals in de Zuid-Amerikaanse Santeria of Candamble.
.
En zo werd de staatsmacht versterkt, in casu het heilige Romeinse rijk waar de Keizer, afbeelding van god op aarde vervangen werd door de paus, zijn hof, door de clerus en de voor het romijnse rijk zo belangrijke Vestaalse maagden door de verschillende kloosterorden.

Nergens in de bijbel spreekt god zoals een mens. Hij richt zich tot één persoon in het bijzonder, dikwijls in een droom. Ofwel via een boodschapper (een engel), of een voorwerp (een brandende maar niet verbrandende struik (indien je van science fiction houdt, zo zou een primitieve mens een televisie of een flitsende luidspreker in de struikgewassen beschrijven), of door buitennatuurlijke fenomenen (mirakels).
Zo is er nergens een getuige die de aanwezigheid van een anthropomorphe god bevestigt. Een uitzondering is het in ontvangst nemen van de tien geboden dat door gans het volk werd waargenomen. Dit was zulk een beangstigend ogenblik dat het volk aan Moses vroeg de geboden voor hen in ontvangst te nemen.
Goddelijke bijbelse boodschappen worden gewoonlijk door één medium doorgegeven. In de bijbel verwijzen vier van de vijf boeken naar Mozes. Het is dus zeer waarschijnlijk dat Mozes aan de oorsprong lag van de vijf boeken van de bijbel, de pentateuch, de thora.

Het is interessant te noteren dat Mozes en de exodus nergens vermeld staan in de Egyptische hyeroglyphen. Het is toch eigenaardig dat deze Egyptische prins die zoveel betekende voor het lot van het Joodse volk nergens vermeld staat in de hyeroglyphen.
Desalniettemin kan het radikaal “Mosis” in verscheidene Egyptische namen terug gevonden worden bijvoorbeeld Tut-Mosis waarin “Mosis” betekent “zoon van” in het oude Egyptisch of ook “uit het water gehaald”. Daarentegen wordt de schoonvader van Jozef, Putiphar vernoemd in een graf in de Nijldelta: “Pa-di-pa-re” hetgeen betekent: “Degene gegeven door de god Re”
Andere argumenten voor de aanwezigheid van bijbelse personages in het oude Egypte zijn de aanwezigheid van Oosterse prinsen Hyksos genoemd in de jaren 1650 voor de jaartelling. Periode door de bijbel aangegeven als zijnde het begin van de joodse aanwezigheid in Egypte. Volgens de bijbel bleven de kinderen van Israel 400 jaar in Egypte van 1650 tot 1250 voor onze jaartelling.
Een mogelijke uitleg voor de afwezigheid van Mozes in de Egyptische litteratuur is het verschil in gebruik van namen bij de Egyptenaren en de Hebreeërs. Een voorbeeld van dit verschil wordt gegeven door de bijbel. De Hebreeuwse naam Jozef zoon van Izaak is wel gekend van de bijbel. Maar in Egypte was zijn naam Zaphenat-Paneah (41-45) hetgeen wil zeggen: “god spreekt, hij leeft” Dit was een frekwent voorkomend verschijnsel ten opzichte van de Oosterse Hyksos die met de Egyptenaren samenwerkten. De werkelijke naam van Mozes is dus onbekend omdat Mozes een bijnaam was die betekende “van het water gered” of in het Egyptisch gewoonweg “zoon van” Hij had dus de zoon van Tut kunnen zijn (Tut-Mosis) of een wees, “Mosis van niemand”. Een mooie naam had kunnen zijn: Ra-Mosis, of zoon van de Nijl… Ramses!…

Akhnaton was de Egyptische prins die het meest op Moses gelijkt zoals Freud reeds suggereerde. Akhnaton was misvormd. Van Moses weten wij dat hij een spraakgebrek had waardoor zijn broer Aaron steeds voor hem het woord diende te houden volgens de midrash (de orale joodse overlevering).
Een andere mogelijkheid is dat Aaron , de broer van Mozes, Akhnaton was? De suffix –on kan een verband hebben met de verering van de zon. “On” is de bijbelse benaming van Heliopolis (stad van de zon).
Volgens Roger Sabbah zou Mozes (of Ramses?) Akhnaton, de ijdele pharaoh die dacht dat hij de enige god was, hebben gedood. Dit is de reden waarom deze Egyptische prins die recht had op leven en dood en dus ongestraft mocht doden moest vluchten uit Egypte. Akhnaton was niet de uitvinder van het monotheisme volgens hem, maar de ijdelheid zelve. Mozes vluchtte dan naar zijn stiefvader Jethro (Jeth–ro = vader van de Nijl), of vader Ay, of Adon Ay. (wijze waarop het acroniem Je-ho-va-h wordt uitgesproken bij het lezen van de bijbel in het hebreeuws.
Hetgeen deze speculaties echter weinig waarschijnlijk maakt is dat Akhnaton 100 jaar voor de exodus leefde.…

Sommigen zien de exodus tijdens het koningschap van Ramses III. Inderdaad, het mausoleum van Ramses III in Luksor toont een oorlogsscene tussen de Egyptenaren en de Hebreeërs. De mooi gebeeldhouwde typische trekken van de uitgebeelde joden zijn zo herkenbaar dat ze van een photo van chassidische joden in de Pelikaansstr zouden kunnen zijn gecopieerd. Zelfs de typische pijpekrullen voor de oren zijn aanwezig.
Dit klopt weer niet met het gegeven uit de bijbel dat de pijpekrullen voorgeschreven werden in de Sinaï na de exodus. Of zijn deze voorschriften recuperaties van haarmode verschijnselen van uit die tijd? Andere joodse tradities hadden ook een voorgaande heidense betekenis. Bijvoorbeeld het aansteken van acht kaarsen, één meer iedere dag, voor chanukka ter herinering aan de inhuldiging van de tweede tempel. Deze manier van kaarsen aansteken werd in Rome gebezigd ter ere van Saturnus tijden de Saturnalen, de Romeinse voorloper van kerstmis. Eigenlijk is het logisch dat tijdens de donkerste dagen van het jaar kaarsen worden aangestoken. Enkel de betekenis hieraan gegeven verandert naargelang de overheersende kultuur…
Zoals men kan zien bestaat er geen konkrete beschrijving in de Egyptische literatuur van de exodus. Maar de context beschreven door de Egyptenaren maakt het bijbelverhaal zeer geloofwaardig: De hyksos periode met pharaos van vreemde origine, de monotheïstische periode van Akhnaton en de vernietiging door RamsesII van alle herinneringen aan de monotheïstische periode.
De broers Sabbah in hun boek « Les secrets de l’exode » gaan veel verder in de relatie Moses, Akhnaton, Egypte en het joodse volk. Zij tonen aan dat er een veel meer uitgesproken relatie bestaat tussen het geschreven hebreeuws en de uitspraak van de hiëroglyphen dan tussen hebreeuws en andere talen. Spijtig genoeg zitten er enkele zwakke punten in hun betoog, zoals bijvoorbeeld het niet contemporaan zijn van het hedendaags hebreeuws alphabet en de hiëroglyphen, maar hierover ga ik niet dieper op in.
In een tweede boek “Les secrets de la bible” toont Roger Sabbah aan dat de bijbel bol staat van Egyptische kultuur. De tien geboden zijn volgens hem gebaseerd op de 42 geboden van Osiris zoals het verbod op diefstal, doden, enz…
De reden waarom er vijandigheid bestaat in de bijbel tegenover Egypte en dat de originele Egyptische bijbel gecamoufleerd werd is de verbanning naar Mesopotamië.
De Egyptische pharao moest hierdoor aartsslecht zijn alhoewel vereerd door de uitspraak Adon-Ay (heer pharao Ay) tijdens het lezen van de bijbel.
Om deze parenthese over Mozes te sluiten in dit hoofdstuk gewijd aan de definitie van de god van de bijbel, is het heel belangrijk dat er niets overblijft van Mozes.
Gezien afgoderij het ergste is in de bijbelse boodschap is het heel belangrijk dat Mozes niet wordt verafgod. Dit is een fundamenteel aspect van het jodendom waarmee het zich afzet tegen Christendom en Islam die beiden de boodschapper verafgoden.
In het jodendom mag een mens niet aanbeden worden. In het christendom en in de Islam worden twee mensen Jesus en Mohammed meer vereerd dan hun eigenlijke boodschap die uiteindelijk niet meer is dan de bijbelse boodschap.

God bestaat, maar het is niet wat U denkt.

Laten wij dan maar over god praten. God bestaat zo zeker als dat er abstracties zoals geld en energie bestaan. Maar god is niet wat men er van denkt of afbeeldt.
Er bestaat geen enkel woord in de bijbel dat met het woord god overeenkomt. Er zijn er drie. Het eerste woord gebezigd in genesis dat god betekent is “ELOHIM”.
In dit woord herkent men het radikaal “El” of “Eloh” of “Allah” en het suffix voor meervoud “-im”. Dit kan in het Nederlands vertaald worden als “Alle goden” zoals in het grieks “Pantheon”.
Het bewijs dat het wel degelijk over een meervoud gaat en niet om een rhetorisch meervoud is de zin betreffende de boom der wijsheid waarin de volgende uitspraak wordt gelezen: “ Indien de mens het fruit van deze boom proeft zal hij zoals wij (in de meervoudsvorm) worden, het is te zeggen Elohim (= de goden in het meervoud)
Het is pas na het scheppingsverhaal dat het tweede woord voor god gebruikt wordt, namelijk het tetragram YHVH (Ye-Ho-Va-H uitgesproken omdat in het hebreeuws enkel de medekinkers geschreven worden. Klinkers variëren in functie van de verbuiging) hetgeen staat voor “degene die is en altijd zal zijn” (de eeuwige)
Dus de goden van de schepping, Elohim, en de god van de mens YHVH zijn niet dezelfde. Dit is logisch daar YHVH, Yech Hou Veyihiey Hou, hij die is en altijd zal zijn, enkel de normale evolutie van de wereld kan volgen zoals wij die kennen. Elohim hierin betekent waarschijnlijk de samenvatting van alle oude geloven over goden en krachten van de natuur. Als illustratie hiervan de episode waarin Jacob zijn schoonvader Laban uit Haran verlaat om naar Canaan terug te keren. Zijn vrouw Rachel neemt haar “Elohim” (goden) met haar mee die Teraphim worden genoemd en verstopt ze onder het dekzijl van haar ezel. Dit zijn dus waarschijnlijk haar “huisgoden” waarover de bijbel zonder taboe praat…
Het derde woord in Genesis gebruikt voor god is hetgeen Jacob gebruikt: “El Chadai”. Hetgeen betekent El (de enkelvoud voor god) cha- (die) -dai (genoeg). Een “god die de perken stelt” of de god die de wetten maakt. Maar voor Mozes zoals het textueel in het tweede boek van de pentateuch staat in Exodus (6,2) is “El Chadai” niet de werkelijke god, maar de naam van een grote god aan Abraham, Izaak en Jacob geopenbaard. Voor Mozes is de enige god “YHVH”, degene die is en altijd zal zijn”. Eigenlijk in het hoofdstuk van de tien geboden is god niet zozeer degene die de aarde schiep, maar degene die het Joodse volk uit de slavernij in Egypte hielp.
Dit wil zeggen dat er een zeer sterke band bestaat tussen het Joodse volk en de “eeuwige”. Voor mij is het de “eeuwige” joodse geest die het joodse volk uit de slavernij hielp en bewees sterker te zijn dan idolen en materiele welvaart. Pas in het hoofdstuk over de sabatswetten in de tien geboden wordt er een verband gelegd tussen god in de “YHVH” vorm en het scheppingsverhaal zonder het woord Elohim te gebruiken. Een recuperatie?

In de Joodse symboliek vindt men de sterkte van “de god die de wetten maakt” in de gebedsriemen die op het hoofd en op de linker arm worden gedragen. De knopen van deze riemen vormen samen het woord Cha-Da-I. Cha op de linker hand, Da op de linker arm ter hoogte van het hart en de “I” op het hoofd. De betekenis hiervan is dat de goddelijke kracht gevonden wordt in de associatie van het bevelend hoofd en de uitvoerende arm.
Gebedsriemen zijn verbonden aan twee lederen doosjes, één op het hoofd en één op de arm gedragen tijdens het ochtendgebed. Zij bevatten bijbeluittreksels betreffende het Joodse credo “Chema Israel, YHVH Elohenoe, YHVH Ehad”, “Hoor Israel, YHVH is onze eeuwige, YHVH is één” . In dit uittreksel wordt er nadruk gelegd op de drievuldigheid van de liefde: liefhebben met het hart, met het lichaam en met de geest (hoofd, hart en geest).
Het dragen van gebedsriemen gaat terug tot in de tijd van de pharao’s zoals aangetoond door de broers Sabbah op de mummie van Tout-Ank-Amon in hun boek “Les secrets de l’exode”. Maar ook in andere kulturen zoals bij de Japanse Tao priesters worden gebedsrollen op het hoofd gedragen.
Zou dit misschien een medische reden hebben? Door iedere dag gedurende een half uur lederen riemen ter hoogte van de arteria brachialis en de arteria jugularis aan te spannen wordt de workload van het circulatoir systeem verhoogd. Het gevolg hiervan zou een verstekte werking van de hartspier kunnen zijn enerzijds en anderzijds een toename van de hersenirrigatie met toename van de concentratie als gevolg hiervan. Ik heb geen medische literatuur terug gevonden over dit onderwerp, maar verder onderzoek naar het nut van deze riemen zou interressant kunnen zijn. Een Israelische studie die religieuze en niet religieuze kibboetzen vergeleek kwam tot de constatatie dat de levensverwachting in religieuze kibboetzen groter was dan in de niet religieuze. Dit kan natuurlijk aan andere factoren te wijten zijn, maar het gebruik van gebedsriemen is een factor die medische attentie verdient.

DE UITLEG VOOR DE PSYCHOLOGISCHE BEHOEFTE AAN God
Wanneer je de verschillende manieren analyseert waarop god wordt voorgesteld in de wereld besef je dat de grootste gemeenschappelijke deler hiervan “angst” is.
Idolen zijn ofwel angstverwekkend ofwel sublimaties van natuurlijke angsten. En dit geeft macht aan iemand die in staat is deze angsten te manipuleren.

Gewoonlijk worden goden afgebeeld in de gedaante van slangen, leeuwen, wilde dieren die gevreesd en gerespecteerd worden door de mens.
Phobiën over slangen verschijnen systematisch rond de puberteit. Zoals vele phobiën zijn deze niet verworven maar aangeboren om de mens tegen gevaar te beschermen. Een sexuele connotatie rond de puberteit met dromen die gepaard zijn met phallische symbolen zijn goed gekend sinds de werken van Freud. Andere klassieke phobiën veroorzaakt door beelden van tanden, horens, insecten, skelet beenderen, enz… zijn gekend. Al deze tot phobieën leidende beelden vindt men terug in idolen.
Zelfs de mentale afbeelding van het slangen idool vindt men terug in de bijbel. Maar ten opzichte van de god van de schepping verliest hij al zijn macht.
De duivel zoals in het kristendom voorgesteld bestaat niet in de Pentateuch. Satan is oorspronkelijk een Egyptische afgod. Het toevoegen van het suffix “-on” (zoals) aan de naam van de Egyptische god van het kwade “Seth” is de ethymologie van Satan. In de laat prophetische geschriften wordt het woord satan gebruikt als adjectief om iemand negatief te beoordelen. De twee personnages die hiervoor in aanmerking kwamen waren Hadad, meester van Kaïro en Reza, meester van Damascus. Enkel late apocryphen zoals Zacharie en Job tonen engelen zoals Satan die naast god zetelen. Dit doet veel denken aan een zekere mythologie…

Na de vernietiging van de tweede tempel hebben rabijnen gebeden geschreven om de offers te vervangen. Hierbij werden beelden van dieren, seraphim en behemoth gekend van de Mesopotamische mythologie en de apocryphen alsook andere inwoners van het hemels engelen pantheon ingevoerd in de texten. Deze gebeden dienden als spiegelbeeld op aarde van het leven in de hemel. Hoe poëtisch deze ook waren, zijn deze volstrekt in tegenstelling met het gebod dat menselijke of dierlijke voorstellingen van god verbied, de eerste boodschap van de bijbel.
Een groot nadeel van afgoden is dat zij kunnen vernietigd worden. Eens vernietigd verliezen zij al hun macht. Vandaar het ingenieus idee van een alom aanwezige onzichtbare god. Hoe sterk je ook bent kun je de macht van deze onzichtbare god niet vernietigen. De enige manier om zijn macht te vernietigen is door hem te adopteren zoals de Romeinen dat uit armoei hebben moeten doen.
Angst voor het onzichtbare is zeer krachtig zoals Alfred Hitchcock de meester van de suspense heeft aangetoond in zijn films. Indien de onzichtbare god van de Joden bestaat leeft deze in de irrationele angst die antisemieten hebben voor Joden of judeophobie.
Albert Cohen in zijn boek Solal toont deze idee mooi aan met zijn typische humor. Zijn held zegt op een bepaald moment “Ik werd door mijn baas aangenomen omdat hij voldoende antisemiet was om in mijn kwaliteiten te geloven…”
God bestaat ook in de existentiële angst van de Joden. Een aangeboren angst, getuige van intelligentie, zoals iedere vorm van doodsangst. De door angst gedreven gelovigen realizeren de transmissie van de bijbelse boodschap van generatie tot generatie door het volgen van de bijbelse voorschriften op een aan een neurosis grenzende wijze.
De eerste man die de angst voor de goden overschreed was Abraham op de heuvel Moriah toen hij op het punt stond zijn zoon Izaak te offeren.
Opnieuw vinden wij in de bijbel de tegenstelling tussen Elohim (de oude goden, de verantwoordelijken voor de opgekropte angsten die alle krachten van het heelal vertegenwoordigen?) en YHVH, de eeuwige (de eeuwige Joodse geest?).
Het is Elohim die aan Abraham vraagt zijn zoon op te offeren. We weten dat het een gewoonte was voor alle bewoners van het Midden-Oosten hun eerste zoon aan “Moloch” te offeren één van de heidense goden uit die tijd. Op het ogenblik dat hij klaar stond zijn mes in het vlees van zijn zoon te steken kwam een “malach”, een boodschapper, niet van Elohim, maar van “YHVH”, de eeuwige en riep:
“Abraham, Abraham”. Eigenlijk kon iedereen die boodschapper zijn. Het kon zelfs Ishmael de broer van Izaak zijn die Abraham vergezelde en smeekte voor het leven van zijn broer… Vanzelfsprekend realizeerde Abraham op dat bepaalde ogenblik hoe erg zijn daad was en kwam de revelatie van YHVH, de eeuwige, (de eeuwige Joodse geest of de redelijkheid?) en hij nam deze fundamentele beslissing:
Nu is het genoeg geweest, er komen geen kinderoffers meer!
En hij slachtte een geit…

Zelfs vandaag vindt men nog duizenden urnen met overblijfsels van geofferde Punische kinderen in de buurt van Trapani in Sicilië. De Punische kultuur is afkomstig van het huidige Libanon met een taal zeer nauw verwant aan het Hebreeuws wiens belangrijkste stad Carthago was gelegen naast het huidige Tunis…
Het is ironisch dat de bijbelexegeten de daad van Abraham bestempelen als een vorm van blind vertrouwen in god. Voor mij daarentegen is Abraham een iconoclast die zijn ouderlijke huis in Ur (naast het hedendaagse Bagdad) verliet nadat hij de afgoden van zijn vader Terach had vernietigd. Hij had om zijn vader te tarten het grootste afgodsbeeld intact gelaten met een hamer in zijn hand alsof die de andere goden had vernietigd. Zijn vader moest toegeven dat dit onmogelijk was… Aldus een commentaar uit de midrash, het orale overgeleverde bijbelverhaal.
Al waren er maar tien rechtvaardige mensen in Sodom en Gomorrah vond Abraham dat deze vernietiging onrechtvaardig was. Sodom en Gomorrah werden vernietigd. In iedere stad door een natuurramp getroffen leven waarschijnlijk meer dan tien rechtvaardige mensen. De episode van Abraham die met god onderhandelt over het aantal rechtvaardigen in Sodom toont aan dat er iets mis loopt in de relatie met zulk een god indien zowel rechtvaardigen als onrechtvaardigen omkomen in een natuurramp.
Abraham weigerde afgodsbeelden, Abraham weigerde het offeren van kinderen en Abraham weigerde de vernietiging van een stad door godswil.
De korrekte attitude is dus vooruitziend te zijn en klaar te staan voor natuurrampen door bijvoorbeeld een ark te bouwen in een streek die door tsunamis geteisterd wordt, een streek te mijden die door talrijke aardbevingen wordt getroffen zoals Sodom en Gomorrah en tijdens zeven vette jaren graan te sparen voor zeven magere jaren.
Zoals het concept van imaginaire getallen in staat is ons te helpen bepaalde mathematische theorema’s op te lossen of plaats te winnen in het geheugen van computers kan het concept van een imaginaire godheid ons helpen autoriteitsproblemen op te lossen en een bepaalde ethiek te volgen.
Zolang de religieuze principes de mensen probeert gelukkig te maken en hen aanmoedigt goede daden te verrichten gaat alles goed. Maar zodra de religieuze principes letterlijk opgevat worden en belangrijker geacht worden dan de dagelijkse realiteit, dan wordt het leven ondraaglijk. Op dat ogenblik wordt de religie een excuus om zijn verantwoordelijkheden te ontlopen en alle excessen op de rug van god te schuiven. Vanaf dat ogenblik wordt alles mogelijk: zelfmoordaanslagen, collectieve zelfmoorden, autodafé’s, inquisitie, openbare heksenverbrandingen, enz…Maar indien het imaginair concept een generatie helpt bij het overbrengen van haar ervaring aan de volgende dan zal deze zich sneller kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden en hieraan kunnen verhelpen indien nodig.

Er bestaat een ander imaginair concept dan god of religie dat ons alle dagen helpt. Dit concept is onzichtbaar, universeel, kan niet worden ingeslikt, kan door een beeld worden voorgesteld, maar heeft geen enkel eigen activiteit. Dit concept kan wonderen verrichten, ons de zee doen overschrijden zonder nat te worden, zieken genezen, enz…
Het gaat wel te verstaan over het geld dat ons niet kan voeden en van geen enkel nut is wanneer we er alleen mee zijn in de woestijn.
Daarentegen laat geld ons toe kennis, voedsel, en werk over te dragen met een zekere latentie van zodra we in een gemeenschap zitten. Het laat alle mogelijke projecten toe. Voor sommige mensen bevat dit concept echter intrinsieke waarden waardoor deze gedreven worden onnoemelijke daden te stellen voor deze waarden.
Wij vinden gedurig imaginaire goddelijke concepten uit die ons een autoriteit verschaffen ten opzichte van onze kinderen: de Kerstman, sint Niklaas, de Chanoeka man, de tandenfee of het tandenmuisje, de propheet Elie enz…
En onze kinderen vragen er steeds meer van omdat zij dank zij deze imaginaire autoriteiten zichzelf kunnen overtreffen, hun pulsies kunnen bedwingen om hun ouders te plezieren en uiteindelijk gelukkig zijn dank zij de beloning.
Wat een teleurstelling de dag dat de kinderen beseffen dat de tandenfee niemand anders was dan de moeder die het verloren tandje vervangt door een geschenkje en dat de kerstman buur Jan is met een valse baard.

Aartsvader Jacob kreeg de bijnaam Israel nadat hij tegen een boodschapper van god had gevochten. De ethymologie van Israel is inderdaad YSR EL waarin YSR afgeleid is van het woord rechtstaand en El van god in het enkelvoud. Israel betekent dus vechten tegen god of vechten tegen het noodlot!…
Deze episode wordt beschreven in Genesis op het ogenblik dat Jacob met zijn broer Esau diende te vechten voor zijn erfenis. Alhoewel Esau de oudste was en veel groter en sterker was dan Jacob werd hij twee maal belazerd door zijn jongere en pientere broer. De eerste maal wanneer Jacob het eerst geborene recht afkocht van zijn broer voor een bord linzen. En de tweede maal wanneer hij met een list van zijn vader Izaak de zegen krijgt waarmee hij zijn erfgenaam wordt.
In Genesis wordt beschreven hoe Jacob met zijn vrouwen en kinderen uit het Oosten terugkwam om Esau te ontmoeten. Hij stuurde zijn familie en boodschappers via verschillende wegen vooruit en bleef alleen achter. Hij werd dan aangevallen door iemand met wie hij gans de nacht heeft gevochten. Hij werd door zijn tegenstander in de lies gegrepen en zag dan het gezicht van god (pni-el)( voor mij is dit een verhaal dat voor interpretatie vatbaar is en zeer suggestief is). Het bleek dus dat hij niet door een boodschapper van Esau aangevallen werd maar door een boodschapper (malach of engel) van god. Op dat ogenblik wordt aan de aartsvader Jacob de naam “hij die met El heeft gevochten” of Israel gegeven.
Zijn twaalf kinderen werden dus de “kinderen van Israel”

De Joodse credo “Chema Israel IHVH Elohenoe, IHVH echad” kan dus vertaald worden als “ Luister vechters tegen het noodlot, degene die is en altijd zal zijn (IHVH, of het eeuwige) is onze El, degene die is en altijd zal zijn IHVH (het eeuwige) is één”

Dit vormt een interessante basis voor een philosophie die men terugvindt in het boek Kohelet (ecclesiasticus) van koning Salomon en in de Griekse mythe van Sisyphus.
Alles komt altijd terug, gezien het verleden en de toekomst, het eeuwige, één zijn…
In kohelet zegt Salomon dat niets nieuw is onder de zon daar alles opnieuw wordt ontdekt generatie na generatie. Het zoeken naar nieuwigheid berust op ijdelheid. In de mythe van Sisyphus moet Sisyphus dag in dag uit een rots op een heuvel rollen die dan telkens opnieuw naar beneden rolt als straf voor het verdrijven van de dood en het zoeken naar het eeuwige leven. En eeuwen later zegt Lavoisier “Rien ne se gagne et rien ne se perd”.
Verleden en toekomst vormen een éénheid. Het is alsof het leven cyclisch evolueert zoals een lus in een computerprogramma. Iedere cyclus varieert, maar het programma blijft ongewijzigd…
Op die manier kunnen wij beter begrijpen waarom de god van Israel minder de schepper is dan de god van de verlossing uit Egypte zoals beschreven in de tekst van de tien geboden. De god van Israel zoals gedefinieerd in Exodus is hetgeen was, is en zal zijn, het eeuwige Israel. Het leven van een Jood is kort, maar het leven van het volk Israel is eeuwig. Of zoals een Arabisch gezegde vertelt: De waterdruppels lopen voorbij, maar de stroom blijft.
Wat dus aan het Joodse volk werd geopenbaard is een eeuwig programma dat via de bijbel later aan de wereld werd geopenbaard via de grote monotheïsmen.

Advertenties
Published in: on oktober 31, 2007 at 10:14 pm  Geef een reactie  

The URI to TrackBack this entry is: https://drjoods.wordpress.com/2007/10/31/2-god/trackback/

RSS feed for comments on this post.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: